Woordsoorten - herhaling

Vul in de ruimte achter de woorden in wat voor woordsoort het is. Kies uit: lw, zww, bnw, vz, hww, zww, kww.

Zelfgemaakte friet smaakt lekkerder dan de frietjes die je in de snackbar koopt .

Ik hoorde dat ik ook uitgenodigd was voor dat feestje.

Ons team heeft de rode vlag veroverd .

De motorrijder remde plotseling en daardoor botste ik daar bovenop.

De kinderen speelden niet buiten, omdat het de hele middag al regende.

De gevoelige jongen barstte in huilen uit, toen hij een slecht cijfer kreeg.

Ik heb in een van de grootste rollercoasters ter wereld gezeten.

In die oude kleren lijk je wel een zwerver.

Die slimme jongen wordt later vast professor .

De wereldwijde acties van het Rode Kruis zijn heel erg nuttig.



Terug naar 'Online oefenen'