WW-spelling (bnw 2)
Maak van het werkwoord dat tussen de haakjes staat een goed bijvoeglijk naamwoord.
De (eten)
tosti.
De (maken)
som.
De (spellen)
woorden.
Het (groeien)
bloempje.
De (lopen)
afstand.
Het (geven)
cadeautje.
Het (vallen)
kindje.
De (verdrinken)
geit.
De (frustreren)
vriendinnen.
De (wassen)
broek.
Het (knippen)
haar.
Het (verbergen)
geld.
De (gebruiken)
pen.
De (belichten)
zanger.
De (verzorgen)
zieke.
De (schuren)
deur.
De (verblinden)
automobilist.
Het (slopen)
gebouw.
Het (lenen)
videospel.
De (vegen)
vloer.
Check
OK
Terug naar 'online oefenen'