pv en vd

Zoek de persoonsvorm (pv) en/of het voltooid deelwoord (vd). Als een van beide niet in de zin staat, vul je een 'x' in.

1. Volgens mij heeft je docent die taak prima uitgelegd.
pv =
vd =

2. De chef bood het personeel een prachtig cadeau aan.
pv =
vd =

3. Aan de journalisten van de Telegraaf geven we morgen meer informatie over de ramp.
pv =
vd =

4. Heb je je nieuwe kamer al ingericht?
pv =
vd =

5. Aan de rand van de tuin heeft mijn moeder hortensia’s geplant.
pv =
vd =

6. Wat probeer je me al de hele dag over dat uitje van morgen te vertellen?
pv =
vd =

7. Vanavond zal ik mijn neef in Zuid-Afrika een lange brief schrijven.
pv =
vd =

8. De vriendin van mijn broer wilde gistermiddag een paar artikelen over Beyoncé opzoeken.
pv =
vd =

9. Vanmorgen heeft mijn zus een prachtig boek van Joost Heyink gelezen.
pv =
vd =

10. In verband met de vreselijke hitte van de afgelopen dagen heeft de school de lessen verplaatst naar de vroege ochtend.
pv =
vd =

11. Dat beroemde schilderij van Rembrandt heeft op de veiling in Londen zeker dertig miljoen euro opgebracht.
pv =
vd =

12. Heeft je vader je vorige week een nieuwe computer beloofd?
pv =
vd =
Terug naar 'Online oefenen'