Werkwoordspelling

Vul in: d, t of dt
Op een board met vastgemaake schoenen afdalen van een besneeuwde berghelling heet snowboarden.

Snowboarden is geïnspireer op het surfen op golven in zee.

Surfers bonden een houten plank onder hun voeten en surfen zo een besneeuwde berg af.

In de loop der jaren is er veel aan het snowboard verander om beter te kunnen sneeuwsurfen.

Bij het snowboarden onderschei men verschillende soorten.

De sport is verdeel in freeride, freestyle en alpineboarden.

Bij de freeride vorm snowboar je naast of op de pistes.

Naast de piste snowboarden kan gevaarlijk zijn door een sterk verhoog lawinegevaar.

Een Freestyle snowboarder gebruik stunts, tricks en verschillende sprongen.

Bij alpineboarden glij je met grote snelheid de bergen af.

Er worden verschillende boards geproduceer.

Het freestyleboard heef een gebogen voor- en achterkant.

Bij het alpineboard loop alleen de voorkant omhoog.

Snowboarden vin je sinds 1998 op het programma van de Olympische Winterspelen.




terug naar 'Online oefeningen'