Werkwoordspelling - Het bijvoeglijk naamwoord (BNW)
Vul het bijvoeglijk naamwoord in:
Wij eten vanavond (braden)
kalkoen met erwtjes.
De (verkleden)
kinderen hadden veel plezier.
Jaren later werd de (zoeken)
misdadiger opgepakt.
De (verharden)
weg was omzoomd met bomen.
Er komt roet uit de pas (vegen)
schoorsteen.
Dat was het lijk van de (vermoorden)
crimineel.
Die (aantasten)
planten groeien niet meer.
Oma was erg blij met de (vergroten)
foto.
Het pas (witten)
plafond is nu alweer vies.
Het (overdekken)
zwembad is verbouwd.
De sterk (kruiden)
hapjes waren snel op.
Ik heb de (oplossen)
puzzel ingestuurd.
Pas op voor die zojuist (schilderen)
deur.
De (opleggen)
straf was niet mals.
Het (inpakken)
cadeau staat al klaar.
Check
OK
Terug naar 'Online oefeningen'