werkwoordspelling - PV (VT)
Zet de PV in de verleden tijd (VT)
De storm (verwoesten)
ons vakantiehuisje.
Zij (komen)
nog maar net op tijd op school.
De winnaars (landen)
gisteren pas laat op Schiphol.
Die vakman (bekleden)
de stoel opnieuw.
Wij (eten)
’s avonds niet zoveel.
Ik (vermoeden)
dat al.
De verzekering (vergoeden)
de schade helaas niet.
Het kalf (verdrinken)
in de diepe sloot.
Hoe lang (branden)
die goedkope kaarsen?
Het schip (zinken)
onmiddellijk na de aanvaring.
Wij (melden)
ons al vroeg bij de balie.
Wat (vinden)
jij van dat liedje?
Het (tochten)
verschrikkelijk in dat noodlokaal.
De arts (verbinden)
de gewonde treinreiziger.
Mijn vader (hechten)
veel waarde aan dat horloge.
Check
OK
Terug naar 'Online oefeningen'