Werkwoordspelling - meerdere persoonvormen in een zin.

Vul de juiste vorm van de persoonsvorm in de verleden tijd in. (PV – VT)
Let op: dit zijn zinnen met meerdere PV’s!
Omdat de klachten (zijn) verdwenen, (hoeven) Peter niet meer terug naar de specialist.

Ze (hebben) haar brief met de hand geschreven, maar dat (hoeven) niet.

Toen de brug eindelijk weer dicht (zijn) , (haasten) we ons naar de bioscoop.

Op de foto (kunnen) je goed zien dat de ringvaart de polder (omringen) .

Er (staan) een auto geparkeerd waarvan de lichten nog (branden) .

Hij (verbranden) zijn handen toen hij vuurwerk (afsteken) .

(gelden) je kaartje nog toen je een dag later naar de voorstelling (willen) gaan?

De broodjes die in het pakket (zitten) , (zijn) belegd met kaas en ham.

Er (rijden) geen treinen meer, daarom (lopen) ik naar huis.

Sommige leerlingen (zuchten) diep, toen ze (merken) dat de toets erg moeilijk was.

Vorige maand (schaften) de bouwvakkers nog in een keet die op het terrein (staan).

De melk (staan) te warm, daardoor (schiften) deze.

Men (vermoeden) dat de inbrekers de beveiligingscode (kennen) .

Toen jij niet (opletten) , (krabben) het katje het behang stuk.

De kinderen (luisteren) geboeid naar het verhaal dat de juffrouw (vertellen) .

Terug naar 'Online oefeningen'