werkwoordspelling - VD

Vul het voltooid deelwoord (VD) in.
Ik ben gisteren bij oma (blijven) .

Die jongen is gewoon (doorlopen) .

Ik heb mijn spullen (verhuizen) .

De planten in de tuin zijn helemaal (verdorren) .

Zo’n goed cijfer heb ik nog nooit (behalen) .

Mijn buurman heeft jaren in een klooster (wonen) .

Ik heb nog nooit een ongeluk (veroorzaken) .

Voor die kaartjes heeft hij een jaar (sparen) .

Dat is vorig jaar ook al eens (gebeuren) .

Mijn moeder is dinsdag naar de tandarts (zijn) .

Het is nooit (bewijzen) dat je fiets gestolen is.

De ramen van het gebouw waren allemaal (ingooien) .

Ik ben met mijn fiets tegen een boom (botsen) .

Dat heb ik vorige maand al (doen) .

Ik heb opa met zijn verjaardag (feliciteren) .

Terug naar 'Online oefeningen'