Bijzinnen - herhaling
Quiz
De oefeningen die we voor Nederlands moesten maken, kan ik nergens meer vinden.
"die we voor Nederlands moesten maken"
- is een bijwoordelijke bijzin
- is een onderwerpszin
- is een voorzetselvoorwerpszin
- is een bijvoeglijke bijzin
Nadat hij zijn cijfer had gezien, wilde Jason het liefst zo snel mogelijk naar huis.
"Nadat hij zijn cijfer had gezien"
- is een bijvoeglijke bijzin
- is een bijwoordelijke bijzin
- is een onderwerpszin
- is een voorzetselvoorwerpszin
Wat het meest weegt, moet je onderaan leggen.
"Wat het meest weegt"
- is een lijdendvoorwerpszin
- is een meewerkendvoorwerpszin
- is een bijvoeglijke bijzin
- is een onderwerpszin
Henk schreef dat hij hij me in de zomervakantie wil ontmoeten.
"dat hij me in de zomervakantie wil ontmoeten"
- is een lijdendvoorwerpszin
- is een bijwoordelijke bijzin
- is een bijvoeglijke bepaling
- is een gezegdezin
Wat je bedoelt, moet je zo precies mogelijk opschrijven.
"Wat je bedoelt"
- is een lijdendvoorwerpszin
- is een meewerkendvoorwerpszin
- is een voorzetzelvoorwerpszin
- is een onderwerpszin
Wie zijn huiswerk niet gemaakt heeft geef ik een portie strafwerk.
"Wie zijn huiswerk niet gemaakt heeft"
- is een lijdendvoorwerpszin
- is een meewerkendvoorwerpszin
- is een bijwoordelijke bijzin
- is een bijvoeglijke bijzin
Nadat ik uitgestapt was, gleed ik uit over een bananenschil.
"Nadat ik uitgestapt was"
- is een bijvoeglijke bijzin
- is een gezegdezin
- is een voorzetselvoorwerpszin
- is een bijwoordelijke bijzin
Ik reken erop dat je je aan je woord houdt.
"dat je je aan je woord houdt"
- is een voorzetselvoorwerpszin
- is een bijwoordelijke bijzin
- is een bijvoeglijke bijzin
- is een lijdendvoorwerpszin