Beide, alle, sommige, andere en vele anderen!

UITLEG? Die vind je bij Beter Spellen. Klik op deze link.

1. De komkommers in de koelkast waren (....) beschimmeld.
2. (...) kunnen het volhouden om drie uur achter elkaar voor Engels te leren.
3. Van de ambtenaren op het stadhuis waren (...) te gestrest om aardig te zijn tegen hun collega's.
4. (...) paarden hadden zin om eens lekker door de wei te rennen.
5. De jongens waren boos. Ze hadden (...) ontzettend op hun donder gekregen.
6. Misschien kunnen (...) best wel goed schaken.
7. De (...) leerlingen waren opgelucht; slechts (...) moesten hun verslag opnieuw inleveren.
8. De (...) wilden liever niet hardlopend naar het zwembad gaan. Ze hadden eerder al tien kilometer gefietst.
9. De cavia's waren zenuwachtig. (...) piepten al de hele dag.
10. De werknemers wilden wel aan de slag, maar (...) hadden hun gereedschap vergeten.