bijvoeglijk naamwoord

Een bijvoeglijk naamwoord zegt iets over een zelfstandig naamwoord. Die zelfstandige naamwoorden kun je onderverdelen in ‘de’-woorden en ‘het’-woorden.

Een bijvoeglijk naamwoord krijgt een ‘e’ erachter, als het zelfstandig naamwoord een ‘de’-woord is. Bijvoorbeeld: De aardige jongen. Gebruik je in plaats van de het lidwoord ‘een’, dan blijft de ‘e’ achter het bijvoeglijk naamwoord staan. Bijvoorbeeld: Een aardige jongen.

Wanneer het om een ‘het’-woord gaat, dan komt er alleen een ‘e’ aan het eind van het bijvoeglijk naamwoord, als er ook daadwerkelijk ‘het’ staat. Bijvoorbeeld: Het aardige meisje. Gebruik je bij ‘het’-woorden het lidwoord ‘een’, dan valt de ‘e’ aan het eind van het bijvoeglijk naamwoord weg. Bijvoorbeeld: Een aardig meisje.

OEFENEN:
bn met of zonder ‘e’ – 01
bn met of zonder ‘e’ – 02