bn met of zonder ‘e’ – 02

Met of zonder ‘e’?

1. Op de kast staat een ... foto.
2. Op de rommelmarkt kocht ik een ... kastje.
3. Wat was dat een ... les!
4. Wat heb jij een ... ketting om!
5. Dat hondje heeft een ...krulstaartje!
6. Die bakker in dat steegje verkoopt me soms een... brood.
7. Die jongen leverde ons een ... streek.
8. 's Avonds draag ik het liefst een ...trui.
9. Je boeken liggen op een ... tafel in lokaal B19.
10. In die digitale pen zit een ... batterij.