hoofdletters

Wanneer gebruik je nu een hoofdletter?

1. Bij het eerste hele woord van een zin:

Het regent buiten!
’t Regent buiten!

Let op: na een cijfer aan het begin van een zin komt een kleine letter:

De leerlingen van het Esdal College verkopen pannenkoeken.
53 leerlingen van het Esdal College verkopen pannenkoeken.

2. Bij eigennamen (namen van personen, aardrijkskundige namen, talen, (officiële) feestdagen, merken, heiligen, et cetera): 

Mariëtte, Kerstmis, Jezus, Noorwegen, Zuid-Frankrijk, ANWB, de Rijn, Jos Vermeulen (maar let op: het is Jos van der Veen en meneer Van der Veen. Daar waar de naam begint, begin je met een hoofdletter).

Let op: maanden, dagen, jaargetijden en windrichtingen krijgen GEEN hoofdletter: december, dinsdag, de zomer, het noorden, zuiden.

3. Bij woorden die zijn afgeleid van een eigennaam:

Noorse sokken, Amsterdamse paaltjes, Engelse taal.

Let op: afleidingen van feestdagen krijgen juist GEEN hoofdletter: kerstdagen, pinksterbloem, paasei.

4. In adressen;

Pim de Wit
Bloemstraat 15
8976 TG Witteveld

5. Aan het begin van een citaat;

Willemijn zei: “Ik wil wel een chocolaatje!”

Let op bij citaten die uit twee delen bestaan:

“Ik wil geen chocolaatje,” zei Marlies, “want ik heb net gegeten.”

===

Wil je nóg meer lezen over het gebruik van hoofdletters? Klik hier.

OEFENEN
hoofdletters – 01
hoofdletters – 02
hoofdletters – 03