meervoud van zn

Het meervoud van zelfstandige naamwoorden moet je op verschillende manieren spellen. Sommige zelfstandige naamwoorden krijgen een -s achter het woord (bv. appel – appels), andere -en (bv. boek – boeken). Een heleboel meervouden moet je simpelweg uit je hoofd leren. Daar bestaan niet echt regels voor. Voor andere meervouden zijn dan weer wel regels, bijvoorbeeld voor de meervouden van woorden die eindigen op -ee of -ie. Hieronder kun je alvast wat uitleg vinden, en een aantal oefeningen.

Zelfstandige naamwoorden die eindigen op -ee of -ie.
Een zelfstandig naamwoord dat eindigt op -ee, krijgt in het meervoud altijd -ën erachter.
Voorbeeld: idee – ideeën, slee – sleeën, orchidee – orchideeën.

Zelfstandige naamwoorden die eindigen op – ie.
Bij zelfstandige naamwoorden die eindigen op -ie, moet je letten op de klemtoon in het woord. Waar ligt de nadruk? Als de klemtoon ligt op -ie, dan plak je er- ën aan vast.
Bv. kopie – kopieën, braderie – braderieën

Ligt de klemtoon niet op de laatste lettergreep, dan plak je een -n achter het woord en zet je het trema (die puntjes) op de laatste e.
Bv. bacterie – bacteriën, kolonie – koloniën.

Als je niet weet waar de klemtoon ligt, in een woord, dan wordt het natuurlijk lastig. Je kunt dan altijd in een woordenboek kijken. (Het meervoud staat er overigens dan ook meteen bij.) Zoek bijvoorbeeld op www.vandale.nl het woord ‘kolonie’ eens op. Je zult dan zien, dat er een streepje staat onder de tweede ‘o’. Op die ‘o’ ligt de nadruk, oftewel de klemtoon.

meervoud van zn – 01
meervoud van zn – 02