bijvoeglijk naamwoord

Je kunt van een voltooid deelwoord ook een bijvoeglijk naamwoord maken.

Bijvoorbeeld: de geverfde deur, de gestolen goederen

Je kunt een bijvoeglijk naamwoord, gemaakt van een voltooid deelwoord, op twee manieren spellen:

1. Aan voltooid deelwoorden eindigend op –en verander je niets. Het voltooid deelwoord ziet er precies hetzelfde uit als het bijvoeglijk naamwoord.

Bijvoorbeeld: de gelopen wedstrijd, de verlaten vlakte, de gesprongen leiding.

2. Van een voltooid deelwoord eindigend op –t of –d maak je met een extra ‘e’ een bijvoeglijk naamwoord dat zo KORT MOGELIJK is, maar let wel op de uitspraak. Vanwege een goede uitspraak moet je er soms net nog een lettertje bij doen.

Bijvoorbeeld:
De vergrote foto. (VD = vergroot. Vergroot + e = vergroote. Je kunt een ‘o’ weghalen, dan spreek je het nog steeds goed uit.)

De gemiste trein. (VD = gemist. Gemist + e = gemiste. Dat is precies goed.)

De geplette biefstuk. (VD = geplet. Geplet + e = geplete. Dat klinkt raar. Stop er een extra ‘t’ bij en je krijgt een goede uitspraak: geplette.)

OEFENINGEN:
voltooid deelwoord als bn – 01
voltooid deelwoord als bn – 02

Je kunt van het tegenwoordig deelwoord ook een bijvoeglijk naamwoord maken. Soms is het tegenwoordig deelwoord alleen al genoeg, maar soms moet je er een ‘e’ achter zetten.

Voorbeelden: Het huilende kind. / Een fluitend vogeltje.

OEFENINGEN:
tegenwoordig deelwoord als bn – 01
tegenwoordig deelwoord als bn – 02