voltooid deelwoord als bn – 02

1. De oplichter betaalde de (overeenkomen) prijs uiteindelijk niet.
2. Die (deleten) pagina's krijg je nooit meer terug.
3. Een zakje met (branden) pinda's kost hier twee euro.
4. De (vermissen) skiër is vorige week in de bergen gevonden.
5. De eerder naar buiten (verplaatsen) stoelen zijn weer in huis gezet.
6. De (afsluiten) deuren had de inbreker zó open.
7. De door mijn broer (kopen) appels waren rot.
8. Zijn jongste zoontje tekende met verf een dinosaurus op de pas (witten) muren.
9. Zou iemand die (uitladen) vrachtwagen kunnen verzetten?
10. Er is niet te leven in die (verwoesten) stad.