Engelse werkwoorden

De meeste Engelse werkwoorden vervoeg je zoals je Nederlandse zwakke (regelmatige werkwoorden) vervoegt. Je moet er wel even voor zorgen dat je de goede ik-vorm vindt. Dit is vaak de Engelse ik-vorm.

Bijvoorbeeld: racen. Ik race. (Engels: I race)

Je past dan vervolgens de Nederlandse werkwoordspellingregels toe op ‘racen’.

Tegenwoordige tijd:
Ik race – hij racet – wij racen

Verleden tijd:
Ik racete – ik heb geracet

Voltooid deelwoord als bn:
De geracete wedstrijd.

Tegenwoordig deelwoord als bn:
De racende jongens.

Bij de Engelse werkwoorden zijn nogal wat uitzonderingen op deze basisregel. Je past in sommige gevallen de ik-vorm aan. Dat is het geval bij werkwoorden die in het Engels een stam hebben die eindigt op een dubbele medeklinker, zoals crossen en volleyballen. Je zou dan in het Engels zeggen: ‘I cross’, en ‘I volleyball’. In het Nederlands doe je dat niet. Je zegt: ‘ik cros’ en ‘ik volleybal’. Behalve bij Engelse werkwoorden die je dan verkeerd zou kunnen uitspreken. Denk aan bijvoorbeeld paintballen. Je zegt paintbol, niet paintbal. (Je zegt wèl volleybal, niet volleybol.) Als je dus die dubbele medeklinker nodig hebt voor de uitspraak (‘bol’ in plaats van ‘bal’), dan laat je die medeklinker staan.

Ook heb je werkwoorden die in de stam een lange ‘oo’ hebben, zoals scoren en promoten (Engels: I score, I promote). In het Nederlands maken we daar ‘ik scoor’ en ‘ik promoot’ van.

Daarnaast zijn er zelfs ook nog werkwoorden die je in de verleden tijd op twee manieren mag spellen, zoals leasen (leasete, leasede) en windsurfen (windsurfte, windsurfde). Als je ’t Kofschip zou gebruiken, dan zou je in beide gevallen overigens ‘-te’ moeten kiezen, maar officieel hoeft dat dus niet.

Wil je nog (veel) meer weten over het vervoegen van Engelse werkwoorden? Klik dan op de onderstaande links. Wil je gaan oefenen? Klik dan meteen op de oefeningen.

Engelse werkwoorden (Onze Taal)
Engelse werkwoorden (Taalunieversum)

OEFENEN
Engelse werkwoorden TT – 01
Engelse werkwoorden TT – 02

Engelse werkwoorden VT – 01
Engelse werkwoorden VT – 02

Engelse werkwoorden VD – 01