getal – 02

Welk ‘getal’ hebben het onderwerp en de persoonsvorm?

1. Jens en Marin werken aan dezelfde opdracht.
2. Heb je die enquête al ingevuld?
3. Dat crèmepje tegen puistjes helpt echt niet.
4. De oude gierigaard heeft geen cent over voor dat goede doel.
5. Die sufferds uit 6C willen nooit iets leuks doen.
6. Mevrouw Koops ruimt het lokaal meteen op.
7. De woordenboeken staan netjes in de kast.
8. Het water is erg koud.
9. Heb je de stoelen op de tafels gezet?
10. Ik type drie getallen in de tabel.