persoon – 02

In welke ‘persoon’ staan het onderwerp en de persoonsvorm?

1. In een groepje van drie werken twee leerlingen met een Chromebook.
2. Samengestelde zinnen zijn best lastig.
3. Morgenavond willen wij wel een rondje gaan lopen.
4. De bomen in het bos zijn nu bijna allemaal kaal.
5. Was jullie paard gisteren ziek?
6. Dat wil ik niet!
7. Je mag je flesje water wel vullen.
8. Heb je Melanie al een appje gestuurd?
9. Gaan we nog barbecueën, vanavond?
10. Jullie stofzuigden de kamer en de gang niet!