tijd – 01

In welke tijd staan de persoonsvormen in de volgende zinnen?

1. Wisten jullie het antwoord niet?
2. Je zult maar een nieuwe laptop krijgen met kerst!
3. Die mensen uit Zeeland denken niet aan gaswinning in Groningen.
4. Ik heb dat niet bedacht!
5. Marieke vond dat best een goed idee!
6. Gaat het wel goed met Aman?
7. Hadden we dat in vijf minuten moeten doen?
8. Heb je Daniël al ge-e-maild?
9. Het huiswerk voor morgen staat op het bord.
10. In de winter werd het steeds sneller donker.