persoonsvorm TT – 02

1. Die arme mensen (moeten) wel erg lang op de bus wachten.
2. In Harlingen (worden) een toernooi gehouden.
3. (Vinden) je het erg als ik daar even niets aan doe?
4. De directeur (denken) dat het allemaal nog wel goed komt.
5. Op die receptie (schudden) ik wel dertig mensen de hand.
6. Het (gebeuren) wel eens dat ik de deurbel niet hoor.
7. Jupiter (behoren) tot de grootste planeten.
8. Zij (aanvaarden) mijn excuses.
9. Je (geloven) toch zeker niet wat hij zegt?
10. Mijn vertegenwoordiger (afhandelen) deze zaak liever zelf ......