persoonsvorm TT – 04

Kies de juiste vorm van de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd.

1. Mijn fiets (worden) morgen gerepareerd.
2. (worden) jij ook zo zenuwachtig van al die toetsen?
3. Overmorgen (betalen) mijn vader die rekening van de fietsenmaker wel.
4. Dat vuur in de oude machinefabriek (branden) nu al twee dagen.
5. Misschien (verhuizen) je buurman wel naar Engeland.
6. (opwinden) je toch niet zo (...) over die toestand
7. Je (winnen) nooit als je niet meedoet.
8. De jongen van de overkant (vinden) je zusje best leuk.
9. (vinden) jij dat ook?
10. Pesten (wennen) nooit.