persoonsvorm TT – 05

Geef aan wat de juiste vorm is van de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd.

1. Mijn moeder (stofzuigen) de kamer en de keuken binnen vijf minuten.
2. Morgen (trakteren) Jos en Ina op gebakjes van Bakker Bart.
3. De blaadjes van die bijzondere boom (dwarrelen) in sierlijke boogjes naar beneden.
4. De klimop (slingeren) zich om de oude berk heen.
5. Ik (kunnen) die tekst markeren met roze, maar ook met groen.
6. (Maken) je een foto van iedere nieuwe vriendin?
7. Hans (vinden) dat liedje erg lekker klinken!
8. Joost (missen) je, wist je dat?
9. Je (lachen) wel hard om die grap!
10. (Kopen) eens een biertje voor me!