persoonsvorm TT – 07

1. (worden) je ook zo moe van werkwoordspelling?
2. Jij (geven) de katten 's avonds altijd vlees?
3. Voor een tientje (schilderen) je broer jouw schuurtje wel.
4. (houden) je zus ook van zuurtjes?
5. Pas op! Je (branden) je vingers nog aan die kaars!
6. (worden) je niets geleerd over brandveiligheid?
7. Tussen drie en vier (bezorgen) je de kranten in de Rivierenbuurt.
8. (willen) je me een plezier doen?
9. (landen) je vliegtuig om drie uur 's nachts op Schiphol?
10. Je (bidden) voor het ontbijt?