persoonsvorm VT – 05

Geef aan wat de juiste spelling is van de persoonsvorm in de verleden tijd

1. Voor de deur (lopen) twee eendjes heen en weer.
2. De docent (vegen) alle borden schoon met een vieze dweil.
3. (mogen) je gisteren niet naar het zwembad?
4. Amke en Astrid (zijn) al vaker daar geweest.
5. De hond (missen) zijn baasjes heel erg.
6. Alle proefwerken (gooien) Marcel in de prullenbak.
7. (hebben) de schoonmakers jouw stoel bij het grofvuil gezet?
8. De kleuters (kliederen) de stagiaire helemaal onder met vingerverf.
9. De brandweermannen (blussen) de brand binnen tien minuten.
10. Alleen de keuken (branden) helemaal uit.