persoonsvorm VT – 06

Geef aan wat de juiste spelling is van de persoonsvorm in de verleden tijd.

1. Met Oud en Nieuw (steken) de buurjongens de inhoud van de container in brand.
2. Joren (leggen) het Niels nog één keer uit.
3. Sommige leerlingen (pesten) erg graag.
4. (antwoorden) jij de docenten gisteren al?
5. Die nieuwe fietsen (kosten) ons een vermogen!
6. Jeanne d'Arc (leven) in de late middeleeuwen.
7. Waarom (geven) jij je moeder zo'n brutaal antwoord?
8. Die vieze, oude man in dat kleine huisje (stoken) alleen geverfd hout.
9. Tim en Max (blijven) mooi een uurtje na.
10. Ik (schrijven) een e-mail aan hun ouders over hun gedrag in de klas.