samengestelde zinnen

Een zin bestaat soms stiekem uit meerdere, kleinere zinnen. Dat maakt het soms lastig om de werkwoorden uit zo’n zin goed te spellen. Het is dus handig om zo’n samengestelde zin te leren herkennen. Dat gaat het gemakkelijkst als je de zin in een andere tijd zet. Zie je dan méér dan één werkwoord veranderen (er is dan dus méér dan één persoonsvorm), dan is er sprake van een samengestelde zin.

In het kort:
In een enkelvoudige zin (een enkele zin) staat maar één persoonsvorm (dikgedrukt).

Voorbeeld:
Jari heeft een nieuwe fiets gekocht.
Jari had een nieuwe fiets gekocht.

In een samengestelde zin (stiekem méérdere, kleinere zinnen) staat méér dan één persoonsvorm (dikgedrukt).

Voorbeeld:
Jan heeft een nieuwe fiets gekocht, omdat zijn oude fiets stuk is.
Jan had een nieuwe fiets gekocht, omdat zijn oude fiets stuk was.

In de onderstaande oefening moet je uit zien te vinden of de zin die er staat een enkelvoudige of een samengestelde zin is.
samengestelde zinnen – 01

Tel in de volgende zinnen de persoonsvormen:
samengestelde zinnen – 02

Spellen van persoonsvormen in samengestelde zinnen:
Tip: als je niet (goed) meer weet hoe je persoonsvormen spelt, kijk dan hier voor uitleg.
samengestelde zinnen – spelling – 01