samengestelde zinnen – 01

Zij de onderstaande zinnen enkelvoudig of samengesteld?

Tip: kijk hoeveel persoonsvormen erin staan. Eén persoonsvorm = enkelvoudige zin. Meer dan één persoonsvorm = samengestelde zin.

1. De winkel op de hoek van de Hoogstraat is gisteren geopend.
2. Wil je die tas met boeken op tafel neerzetten?
3. Vanwege het warme weer zijn alle ijssalons geopend.
4. Weet jij al wanneer je dat proefwerk moet maken?
5. Wilma ging naar huis omdat ze moe was.
6. Margreet zag dat meneer De Vries een Mars kocht.
7. Alle pennen in het paarse etui zijn leeg.
8. Langs de Oude Lindenlaan in de nieuwe wijk lopen vier kleine eendjes.
9. Ik weet dat jij gespijbeld hebt.
10. De harde schijf die ik gisteren gekocht heb, is nu al vol.