tegenwoordig deelwoord – 02

Waar of niet waar?

1. Een tegenwoordig deelwoord geeft aan dat de handeling al voorbij is.
2. Een tegenwoordig deelwoord kun je spellen door het hele werkwoord te nemen en daar een 't' of een 'd' achter te zetten.
3. Het tegenwoordig deelwoord geeft aan HOE het onderwerp iets doet in de zin.
4. Het tegenwoordig deelwoord maakt deel uit van het gezegde in de zin.
5. Een voorbeeld van een bijvoeglijk naamwoord, gemaakt van een tegenwoordig deelwoord, staat in de volgende zin: Het knikkerende jongetje vergat de tijd.
6. Het grommende jongetje ging rennend achter zijn belagers aan. 'rennend' is een: