voltooid deelwoord

Voltooid deelwoorden van onregelmatige (sterke) werkwoorden vormen bijna nooit een probleem. Ze eindigen op –en of ze eindigen heel duidelijk. Je twijfelt dan (bijna) niet over de spelling.

Voorbeelden:  Sluiten – sloot – gesloten

                        Kopen – kocht – gekocht

                        Lopen – liep – gelopen

                        Zijn – was – geweest

 

Voltooid deelwoorden van regelmatige (zwakke) werkwoorden zijn soms wat lastiger te spellen. Je hebt twee soorten: voltooid deelwoorden die eindigen op –t en voltooid deelwoorden die eindigen op –d.

Hoe weet je nu of een voltooid deelwoord eindigt op een –d of een –t?

Daar zijn twee manieren voor:

1. Verleng de klank. Je hoort dan vaak hoe het moet. Voorbeeld: klikte – geklikt. Wilde – gewild. |
2. Gebruik ‘t exkofschip. Neem weer het hele werkwoord. Haal de laatste twee letters (en) eraf. Welke letter staat nu aan het eind? Staat die in t exkofschip? Dan is de laatste letter van het voltooid deelwoord een ‘t’. Staat de laatste letter niet in t exkofschip? Dan is de laatste letter van het voltooid deelwoord een ‘d’.

Voorbeeld:

Hij heeft boven de dalen gezweef….d of t?
Het hele werkwoord (infinitief) = zweven. Laatste twee letters eraf, je houdt ‘zwev’ over.
Laatste letter is ‘v’. Deze letter staat niet in t exkofschip, dus: hij heeft boven de dalen gezweefd.

OEFENINGEN:
voltooid deelwoord – 01
voltooid deelwoord – 02
voltooid deelwoord – 03
voltooid deelwoord – 04
voltooid deelwoord – 05
voltooid deelwoord – 06