voltooid deelwoord – 05

1. Heb jij het antwoord al (vinden)...?
2. Marije is naar Amsterdam (verhuizen)...
3. We hebben op vakantie een heel mooi strandje (ontdekken)...
4. In Barcelona werd die argeloze toerist drie keer (beroven)...
5. Het nieuwe zwembad wordt morgen (openen)...
6. Hebben ze in Emmen weer een nieuwe wijk (bouwen)...?
7. Die actie heeft ons erg (verbazen)...
8. Die marktkoopman heeft de kaas goed (verpakken)...
9. In 2013 zijn er een paar flinke stormen (zijn)...
10. Heb jij je iPhone voor een tientje (verpatsen)...?