voltooid deelwoord – 06

1. De foto's werden vroeger met veel chemicali├źn (ontwikkelen) ...
2. Heb jij die antieke vaasjes van tante Jo (breken)...?
3. Je hebt me toen ook al niet (geloven)...!
4. Gisteren hebben we heerlijk (zwemmen)...
5. Waren jullie over dat hoge hek heen (klimmen)...?
6. Je hebt je dat niet goed (herinneren)...
7. Wie is er met die onzin (beginnen)...?
8. Pim heeft het gif uit dat wondje (zuigen)...
9. Vorige week hebben we door het park (wandelen)...
10. Maureen heeft in haar schrift wel duizend plaatjes (plakken)...