werkwoordspelling gemengd – 03

Kies de juiste spelling: PV – VD – TD – BN
Gebruik bij PV’s de verleden tijd!

1. Mijn (verontrusten)....moeder (bellen) ...gisteren al snel de politie.
2. De (spelen) ....kinderen (horen)... de auto niet aankomen.
3. Je (horen) ... niet op die pas (witten) ... muren te kliederen!
4. De (spinnen) ....kat (vangen)... vanmorgen twee muizen.
5. De held (redden).... een peuter uit het (branden) ... huis.
6. Voor dat (snijden) ... brood heb ik te veel (betalen) ....
7. (koken)... aardappelen worden niet vaak (bestellen) ... in een restaurant.
8. Het (nakijken) ... proefwerk is door de hond (opeten) ...!
9. Ik heb mijn (zeuren)... vriendje vandaag niet (missen)...
10. Dat (jengelen) ... kind heeft mijn uitje enorm (verpesten)...