werkwoordspelling gemengd – 04

Kies de juiste spelling: PV – VD – TD – BN
Gebruik bij PV’s de tegenwoordige tijd!

1. De (piepen) ... muis(rennen) ... hard het huis uit.
2. De buurman (struikelen)... over de pas (leggen) ...drempel.
3. (worden) ... je vanavond nog door de rijschoolhouder (ophalen)...?
4. Ik (vinden)... niet dat je al die door je moeder (bakken) ... koekjes op moet eten.
5. (binden)... je vader altijd de (verspenen) ...tomatenplanten met elastiekjes vast aan de stokjes?
6. Die docent (vertellen).... heel (uitbreiden)....verhalen over Rome.
7. Die (stunten) ... pubers hielden er ieder twee (breken)...armen aan over.
8. Mijn vriendin (worden)... morgen aan haar been (opereren)....
9. De (genezen) ... patiënt werd met een bloemetje (verblijden)....
10. De pas (borstelen)....kat (verliezen)...nog steeds heel veel haren.