letterlijk of figuurlijk – 01

De volgende zinnen zijn gemaakt door leerlingen van klas H2D (2017-2018) van het Esdal College Oosterstraat te Emmen.

Geef aan of de zinnen letterlijk of figuurlijk bedoeld zijn

1. De klas werd overvallen met meer huiswerk.
2. Je moet het papiertje een slag draaien.
3. De marine torpedeert de andere boot.
4. Tijdens de oorlog sneuvelden honderd soldaten.
5. Mijn vader gaf me een slag.
6. Mijn telefoon sneuvelde tijdens de weg naar huis.
7. Dat goede doel strijdt tegen eenzame ouderen.

 

 

8. Ik torpedeerde het plan van mijn ouders.

9. Op de schietbaan gebruiken ze wapens.

10. Deze crème is hét wapen tegen rimpels.