letterlijk of figuurlijk – 02

De volgende zinnen zijn gemaakt door leerlingen van klas H2D (2017-2018) van het Esdal College Oosterstraat te Emmen.

Geef aan of de zinnen letterlijk of figuurlijk bedoeld zijn.

1. Ons wapen is communicatie.
2. De benzinepomp in ons dorp is gisteren overvallen door twee overvallers.
3. Jij hebt me overvallen met het slechte nieuws over je broer.
4. Hij hakt hout met zijn oude strijdbijl.

5. De soldaten capituleerden toen ze de strijd niet konden winnen.

6. De kinderen capituleerden toen de docent argumenten noemde.
7. Het leger valt het land binnen met grof geschut.
8. In het overleg gebruikten ze grof geschut om de discussie te winnen.
9. Deze kamikazeactie was de ondergang van het bedrijf.
10. In een wapen hoort munitie.