letterlijk of figuurlijk – 03

De volgende zinnen zijn gemaakt door leerlingen van klas H2D (2017-2018) van het Esdal College Oosterstraat te Emmen.

Geef aan of de zinnen letterlijk of figuurlijk bedoeld zijn.

 

1. De honkballer geeft de bal een slag.
2. Ik ga vechten met mijn strijdbijl.
3. De dieven overvallen de bank.
4. De man overvalt de vrouw met zijn cadeau.
5. Ze hadden na de oorlog de strijdbijl begraven.
6. Hij pakt munitie voor zijn wapens.
7. De glazen zijn tijdens het transport gesneuveld.
8. De soldaat is gesneuveld.

9. Ik ben van slag door die opmerking.

10. Er werden wapens gevonden in de verlaten schuur.